De reeds 32e editie van de Superbiker is vorig weekend onder een stralende zon verreden op het gekende circuit te Mettet. Enkel op zaterdag zijn de trainingen, en dus de timing, in de war gestuurd door een dichte mist en kon er enkel gewacht worden tot het opklaarde rond de middag. Meteen de aftrap voor een snelle opéénvolging van trainingen, stuntshows en races.

In totaal stonden zo’n 400 piloten aan de start met de bedoeling om op zondagavond een Superquader en een Superbiker 2018 te kunnen aanduiden. Daarnaast waren er nog de Junior Superbiker (leeftijd van 10 tot 14 jaar), seniors, legends en de Amerikaanse afvallingsrace.
Tussendoor werden de pauzes opgevuld met gesmaakte en wervelende stuntshows.

Op zondag werd de timing grondig door mekaar geschud door een onwaarschijnlijke reeks van vroegtijdig afgevlagde races door race-incidenten. De organisatie kon niet anders dan lijdzaam toezien en toch proberen om alle races voor het invallen van de duisternis af te werken. Het podium van de finale was een zaak voor de supermoto-rijders. Winnaar werd toch, enigszins verrassend, de snelle Duitser Marc-Reiner Schmidt voor de huidige wereldkampioen (en titelverdediger in Mettet) Thomas Chareyre. Derde werd Markus Class, wederom een Duitser. Onze Belgische kampioen, Kevin Vieillevoye, eindige op een verdienstelijke 9de plaats nadat hij eerder de afvallingsrace gewonnen had.

Maar de meest opvallende Belgische prestatie komt toch van het piepjonge talent (14 jaar oud!!) Barry Baltus. Niet alleen eindigt hij op een vierde plaats in de afvalling tussen alle grote namen maar kan zich kwalificeren voor de finale en haalt dan ook nog eens een knappe 22ste plaats binnen. Een jongen om in de komende jaren zeker in de gaten te houden en op te volgen!
De Superquader werd op magistrale wijze gewonnen door de Vlaming Maxim Cluydts, die meteen zijn vriendin ten huwelijk vroeg op het podium en voor een hoogtepunt zorgde tijdens de podiumceremonie.

De kritische noot

Nostalgie is er naar een wedstrijd die in het verleden moest uitmaken wie de meest complete, motorpiloot was. Maar het evolueerde naar een supermotowedstrijd met hier en daar nog een (bijna)topper uit cross en/of racewereld. In het verleden zagen we grote, ronkende namen uit alle disciplines, iets wat nu helemaal niet meer het geval is.
Wat echter wel gebleven is, is de hoge inkomprijs van 50 euro (en vijf euro per programmaboekje). Ondanks de uitzonderlijk mooie weersomstandigheden, was het toch niet drummen voor een plaats op de tribune. Het is ooit anders geweest. Zou het kunnen dat de wedstrijd te duur wordt voor het gemiddelde gezin. Met vier personen lopen de bedragen gauw aardig op.  En waarom het verplichte aanschaffen van een ‘kredietkaart’ (weer een extra euro) om iets te kunnen kopen aan een eetkraampje?
We hebben alle begrip voor de kosten die in beeld komen voor het organiseren van zo’n wedstrijd, maar het evenwicht lijkt zoekt als men het vergelijkt met andere racewedstrijden van dit kaliber.

Vip, vip,…hoera?

De VIP carrousel is overal aanwezig, maar genereert toestanden die niet altijd op applaus worden onthaalt bij de doorsnee motorliefhebber.  VIP’s moeten er zijn, ze betalen immers een deel van het feest, maar horen vip’s in een buitenbocht een selfie te nemen met racende rijders in de rug? Mag het dat ze letterlijk in de weg lopen van fotografen die proberen hun (niet ongevaarlijke) werk te doen? Kan het dat ziekenwagens belemmerd worden en moeten slalommen tussen mensen die daar niet horen te zijn?

Toestanden waarbij men toch eens aan de nodige zelfreflectie dient te doen, zodat de Superbiker hopelijk nog een lang leven beschoren is.

(tekst & foto’s: Yves Anssens)